Tags

, , , ,

Schijndracht wordt gedefinieerd als ‘een pathologische ophoping van steriele vloeistof in de baarmoeder, waarbij een geel lichaam aanwezig is op een van de eierstokken’.
De behandeling van schijndracht verdient aandacht.
Dien de juiste dosering toe, herhaal de behandeling en controleer het effect van de behandeling!

Schijndracht is een aandoening die in de Nederlandse melkgeitenhouderij regelmatig voorkomt. Over het voorkomen van de aandoening in de huidige melkgeitenhouderij en het ontstaan van de aandoening is weinig bekend.
Afgelopen jaar werd tijdens een bijeenkomst voor melkgeitenhouders in het zuiden van Nederland de wens uitgesproken om onderzoek naar schijndracht te doen.
Om meer inzicht te krijgen heeft GD in samenwerking met de faculteit Diergeneeskunde een onderzoek gedaan naar schijndracht op Nederlandse melkgeitenbedrijven. Het doel van dit onderzoek was om te achterhalen hoe vaak het voorkomt, het in kaart brengen van risicofactoren, een beeld krijgen van de toegepaste middelen, dosering en behandelstrategieën, te kijken welke effecten schijndracht heeft op melkproductie en te bepalen waar vervolgonderzoek zich op zou moeten richten. De informatie is verkregen uit twee digitale enquêtes: één voor melkgeitenhouders en één voor dierenartsen. Daarnaast zijn er bedrijfsbezoeken gedaan om een impressie te krijgen van de
bedrijven en om extra gegevens te verzamelen over melkproductie.
In totaal hebben 43 melkgeitenbedrijven en 27 dierenartsen de enquête volledig ingevuld.

Voorkomen van schijndracht
In een periode van één jaar (juni 2016 – juni 2017) bleek het aantal gevallen van schijndracht per jaar gemiddeld 17 procent per bedrijf te zijn, berekend over het totale aantal aanwezige geiten. Dit is hoger dan de negen procent die in eerder onderzoek uit Nederland is beschreven. Deze incidentie komt overeen met de indruk die is verkregen op een slachthuis, waarbij twintig van de honderd gezonde, afgemolken geiten schijndrachtig bleken te zijn.

Risicofactoren
De ontstaanswijze van schijndracht is vooralsnog onbekend. Dat
maakt het lastig om risicofactoren aan te wijzen en de aandoening
te voorkomen. Dit onderzoek toonde aan dat schijndracht meer voorkomt op bedrijven met een hoger aandeel duurmelkers.
Ook komt schijndracht bij melkgeiten het meest voor in het dekseizoen.
Uit eerdere studies blijkt daarnaast dat schijndracht vaker voorkomt bij oudere melkgeiten, melkgeiten die vaker hebben geworpen en zijn er aanwijzingen dat schijndracht genetisch overdraagbaar is op de volgende generatie. Ook een onvolledige of onjuiste behandeling tegen schijndracht en vroeg embryonale
sterfte worden in verband gebracht met schijndracht.

Behandeling vaak niet afgemaakt
Schijndracht kan succesvol behandeld worden met prostaglandinen (PG).
De vloeistof uit de baarmoeder komt vrij na een eenmalige injectie PG in een spier of onderhuids. Uit eerder onderzoek blijkt dat het raadzaam is om 12 dagen na deze ‘cloudburst’ de behandeling te herhalen. Dit om de kans op dracht te
vergroten of om de kans op herhaald optreden van schijndracht te verkleinen.
De kans dat de schijndracht terugkomt na één behandeling is 45 procent. Na een tweede behandeling is deze kans nog maar 3 procent. Uit ons onderzoek bleek ook dat   toegepaste dosering PG vaak hoger was dan nodig en dat het effect van de behandeling niet altijd wordt gecontroleerd.

Gevolgen schijndracht voor melkproductie
Op een aantal bedrijven zijn gegevens over melkproductie verzameld om te bekijken wat het effect is van schijndracht op melkproductie.
Vervolgens is deze dataset met een team van specialisten bekeken, maar door de complexiteit van de dataset bleek een analyse op korte termijn niet haalbaar. Het plan is om deze data in een later stadium in samenwerking met de faculteit
Diergeneeskunde opnieuw te analyseren.

Conclusies
Uit dit onderzoek blijkt dat schijndracht veelvuldig voorkomt.
De behandeling van schijndracht behoeft een protocollaire aanpak van geitenhouder en dierenarts, waarin gebruik van de juiste dosering, herhaling van behandeling en therapiecontrole belangrijke onderdelen zijn.
Met de erfelijke grondslag van schijndracht wordt momenteel te weinig rekening gehouden in het selectiebeleid op melkgeitenbedrijven en het effect van schijndracht op de melkproductie zou beter inzichtelijk gemaakt moeten worden. Om deze punten nader in beeld te kunnen brengen is het belangrijk dat beschikbare data op melkgeitenbedrijven zorgvuldig worden vastgelegd.
Vervolgens moet het mogelijk zijn om deze data eenvoudig te kunnen verwerken.
Tot slot, om de ontstaanswijze van schijndracht te onderzoeken, is basaal wetenschappelijk onderzoek nodig. De haalbaarheid hiervan lijkt momenteel niet groot te zijn.

Wanneer schijndracht een effect op de melkproductie heeft is het belangrijk om geiten met een verminderde melkproductie eerst te controleren op aanwezigheid van schijndracht om onnodig afvoeren te voorkomen.

Bron: GD. Schaap en Geit, oktober 2017.

Onderzoek schijndracht melkgeiten Schaap en Geit oktober 2017.